
Op zondag 21 november was het zover: de MG Car Club regio Oost ging op bezoek bij Rudi en Dinet Geerdink. Het echtpaar runt al ruim 29 jaar een autopoetsbedrijf en doet dit beiden met veel passie. Dinet neemt de wasplaats voor haar rekening – een speciaal ingerichte ruimte die zelfs in de winter gebruikt kan worden. De plek is afsluitbaar én verwarmbaar, want Rudi plaatste speciaal voor haar een heater. Liefde voor zijn vrouw én voor auto’s, zo te horen.
Rondom het huis en bedrijf valt eerst iets anders op: overal lopen dieren rond. Ezels, paarden en eenden – ook hier spat hun liefde vanaf. Oldtimers hebben eveneens een speciaal plekje in hun hart. Rudi bezit zelf een prachtige Porsche 924 Carrera GT uit 1979, in wat volgens hem de mooiste kleur is die er bestaat: rood.
Op het erf stonden meerdere auto’s te wachten op hun beurt. Particulieren én bedrijven vertrouwen hun wagens toe aan Rudi en Dinet voor een grondige poetsbeurt. Rudi zegt er zelf over: “Iedereen kan een auto poetsen, maar niet iedereen is een auto-poetser. Je moet er een groot hart voor hebben.” Niet alle auto’s vindt hij mooi, maar hij behandelt ze wel allemaal met evenveel toewijding.
Na een gastvrije ontvangst in Geesteren riep Dinet: “Eerst koffie!” – uiteraard met een plak Twentse krentenwegge erbij. Ondertussen regelde Hans dat de MG’s netjes naast elkaar werden geparkeerd. De niet-MG’s moesten apart staan, want Rudi wilde graag een groepsfoto van de MG’s alleen. De gesprekken gingen eerst over politiek, daarna over MG’s, en natuurlijk ook over de dreigende wegenbelasting voor oldtimers.

Na de koffie trokken we naar buiten. Daar stond een auto die net van zijn wrap was ontdaan. De lijmresten verwijderde Rudi zorgvuldig, waarna Dinet de wagen een wasbeurt gaf. Pas na een goede droogbeurt kon het echte poetswerk beginnen. Voor de demonstratie had Wim Laverman zijn MG TF gebracht. Die stond al op de poetsbrug, waarbij de achterklep al glansde en de motorkap de volgende stap was. Eerst polijsten met polijstcrème en de borstelmachine, dan schoon poetsen, in de was zetten en weer uitpoetsen – vakwerk.
Ook een Fiat 500 met rood cabriodak stond er. Op de foto’s was goed te zien hoe verweerd hij eerder was, maar nu glom hij weer als nieuw. Zelfs de koplampen, die eerst dof waren, straalden weer na een paar minuten polijsten. Binnen werden ook stoelen en bekleding aangepakt. Een oude sloopstoel, half gereinigd als voorbeeld, liet perfect het verschil zien: alsof er een nieuwe stoel naast stond. Kunststof werd weer diepzwart gemaakt, stoffen fris en schoon – niet van nieuw te onderscheiden.
Een oude kofferklep van Hans hing er ook als proefobject. Eén baan was nog dof, de volgende baan gepolijst, en de laatste baan volledig in de was gezet. Het verschil kon niet duidelijker. Iedereen stelde vragen en vond wel iets dat hij of zij aan de eigen auto graag gedaan zou willen hebben. Twaalf clubleden, twaalf wensen – en nog veel meer ideeën. Het werd wel duidelijk: auto’s poetsen is een vak, en vooral een vak dat je met passie moet doen.
En natuurlijk wilde iedereen de Porsche van Rudi zien. Die stond veilig in een eigen onderkomen, onder een hoes. Met de handen op de rug mochten we een blik werpen. “Whooo, wat een beest,” klonk er achter me. En inderdaad – een schitterende machine, al was hij deze keer niet gepoetst. Tot slot keerden we terug naar de serre, waar nog een kop koffie klaarstond. Paul overhandigde een fles MG-wijn en een nootjespakket aan onze gastheer en -vrouw. En als verrassing kreeg ieder van ons een tas mee met poetsartikelen om de eigen MG te laten glimmen.
Terug bij de auto’s keek iedereen al bedenkelijk: waar zullen we straks beginnen met poetsen? Maar eerst wassen, drogen… en dan pas aan de slag.Het was een geslaagde dag. Op de terugweg zorgden de weergoden voor een natte wasbeurt van onze MG’s. Terwijl op de radio de eerste kerstliedjes klonken, dacht ik: hopelijk komt er nog een mooie Indian Summer, zodat we onze glimmende MG’s nog even kunnen laten stralen.
André Broekmaat