Vrijdag 17 november 2023 - Herberg De Pot te Markelo
De thema-avond op 17 november, gehouden in de sfeervolle clublocatie Herberg de Pot te Markelo, stond in het teken van de race- en recordhistorie van MG en werd verzorgd door de heer Jan Paling. Aan ongeveer veertig aanwezige leden gaf hij een presentatie over de successen die ons merk heeft behaald op dat gebied, beginnend in de jaren 20. Ondanks de meestal beperkte cilinderinhoud van 750 cc tot 1500, werd er vaak met behulp van compressoren het hoogst mogelijke vermogen uit deze motoren geperst. Met speciale legeringen voor de in het begin slechts tweemaal gelagerde krukas, en met de (toen al) bovenliggende nokkenassen en lichtmetaal werden technisch hoogstaande motoren ontwikkeld, met toerentallen tot boven de 6000.
Met race-uitvoeringen van verschillende typen behaalde MG veel successen. Bijvoorbeeld, in 1933 behaalde de K3, een 1100 cc 6-cilinder (oorspronkelijk een Wolseley blok) met compressor, de klasseoverwinning van de Mille Miglia. In hetzelfde jaar won de bekende Italiaanse coureur Tazio Nuvolari de Engelse TT (Tourist Trophy) in Ulster, en in 1934 eindigden Roy Eccles en Charlie Martin als vierde in het algemeen klassement op Le Mans.

Met de Midget EX 127 vestigde George Eyston op het Franse racecircuit Montlhéry een record van 103,13 mp/h, oftewel 165,97 km/h! Na deze prestatie vatte de auto vlam, verliet Eyston met brandwonden de auto en bracht hij enige tijd in het ziekenhuis door. Van de Midget werd een productieversie ontwikkeld, het C-type Monthéry, waarmee in de jaren 30 veel races werden gereden op Brooklands in de zogenaamde Double Twelve, de Engelse versie van de Le Mans-race. Hierbij werden overdag twee manches gereden, omdat 's nachts racen niet was toegestaan in Engeland. Opmerkelijk is dat er zelfs een "ladies team" meestreed. In deze klasse waren de merken Austin (de Seven) en Riley in de klasse tot 1100 cc geduchte mededingers. Verder werd er onder andere de zesde plek algemeen bereikt in de 750cc-klasse in 1933 op Le Mans, niet ver achter een Alfa Romeo 2300, een formidabele prestatie. Coureurs (vaak ook piloten) waren echte waaghalzen in die tijd die zonder enige vorm van veiligheidsbescherming de grootst mogelijke prestaties neerzetten.
Eyston was ingenieur, uitvinder en autocoureur en was vooral bekend door het driemaal breken van het snelheidsrecord over land. Tussen 1937 en 1939 ging de strijd tussen hem met de recordwagen de Thunderbolt en de Reid Railton (voorzien van 2x 12-cilinder RR vliegtuigmotoren) van John Cobb op de Bonneville Salt Flats. Uiteindelijk wist Cobb voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog het record op 594,97 km/h veilig te stellen. Na de oorlog bracht hij het tenslotte op 640 km/h. Met gebruik van straaljagermotoren werd de poging naar nog meer snelheid voortgezet, onder meer in 1997 door piloot Andy Green van de Royal Air Force die het uiteindelijk bracht tot 1227,986 km/h. Hij had nog plannen om dit record op 1000 ml/h ofwel 1600 km/h te brengen!
Ook een zeer bekende recordbreker was Malcolm Campbell. Hij vestigde in de jaren 20 en 30 menig record met de Blue Bird. In 1931 behaalde hij bijvoorbeeld een snelheid van 371 mp/h, oftewel 480 km/h, op de stranden van Pendine Sands in Engeland en in Daytona, Florida, waarvoor hij werd geridderd. Net als later zijn zoon Donald vestigde hij menig record op het land en water. Het laatste werd zoon Donald fataal; hij verongelukte tijdens een poging meer dan 480 km/h te behalen op het meer van Coniston in Engeland.
Tevens gaf de heer Paling een overzicht van de verschillende uitvoeringen en de werking van compressoren, waaronder de merken Roots en Marchall. Na de oorlog werden de recordpogingen voortgezet. Met de MG EX 179 werd een snelheid van 240 km/h bereikt, voorzien van een speciale 918 cc Sprite-motor, en met de MG EX 181 (ontwerp Syd Enever), voorzien van een MGA twin cam motor met compressor, werden door Stirling Moss en Phill Hill meerdere records behaald. Tot slot werden er in de jaren negentig snelheidspogingen gedaan met het F-type, voorzien van de K-motor met turbo compressor en een luchtweerstand van slechts 0.25! Hiermee werd een snelheid van 349 km/h bereikt.

Zoals bekend wordt er door amateurcoureurs tot op de dag van vandaag volop geracet (in speciale klassen) met MG's, vooral in Engeland. Hier bestaat bijvoorbeeld een Midget- en B-klasse. In de historische racedivisie is de Pierce MG een bekende verschijning. Tot slot hebben de races en snelheidspogingen bijgedragen aan de ontwikkeling, technische verbeteringen en veiligheid van auto's in het algemeen. Tevens zorgden ze voor een niet onbelangrijke impuls voor de verkoop, wat uiteindelijk het doel van de fabrikanten was.
Aan het einde van de presentatie werd de heer Paling bedankt door onze voorzitter Frank Telgenkamp voor zijn inzet en bijdrage aan deze boeiende avond.
Henk Mooi